Als er een nieuwe serie uitkomt gebaseerd op een strip, dan spring ik er als een prairiehond op – interesse gewekt! Ik gaf Lucky Luke op Disney+ een kans. Dat was misschien al Fout 1?!
Fout 2: ik zette het Frans op, maar de magie bleef uit
Ik druk play en de boel start in het Engels, en na anderhalve minuut denk ik: “Dit is het niet. Hier klopt iets niet.” Snel naar Frans geswitcht, want ja, cliché maar waar: dit is een Franse reeks pur sang. Eindeloos gebabbel, verbale pingpong zoals in de verfilmingen van Astérix – maar dan zonder de slimme punch, meer als bestekgerinkel in een westernsaloon.
Fout 3: té realistisch
En dat is gewoon als met een dubbele loop in je eigen voet schieten. Lucky Luke-strips barsten van de slapstick, maar hier? Verdampt als rook van een sigaret die Lucky Luke ingeruild heeft voor een korenhalm. In plaats daarvan een te braaf afkooksel van een western met dialogen die nergens heen rollen. En de Daltons? Van vier idioten naar één eenzame Joe – alsof de andere drie in quarantine zitten. Hun groepsgekte, dat eeuwige gekibbel? Poef, weg. Rataplan krijgt amper 20 seconden schermtijd en Jolly Jumper mag niet praten (te realistisch, hè), en vaarwel ironisch commentaar. Alsof iemand dacht: “Kom, laten we de lol eruit snijden als een cactus uit de woestijn.”
Ik mis de ironische commentaar van Jolly Jumper
Fout 4: casting
Of beter gezegd, een cowboyhoed op een verkeerd hoofd. Alban Lenoir als Lucky Luke? Fysiek een knapperd, maar zijn ‘stoïcijnse kalmte’ oogt meer als iemand met acute buikloop die de saloon niet haalt met die constante grimas van ‘oh nee, niet nu’. De bijrollen doen het opmerkelijk beter: Calamity Jane en Joe Dalton hebben tenminste pit en swagger. Maar chapeau voor Billie Blain als Louise, de GenZ-dochter: irritant-perfecte Parijse rebel met oogrollen en attitude. Zelfs de chemie met pappie blijft lauw als gebakken bonen uit blik, maar zij steelt de show – een zeldzaam lichtpuntje in dit stoffige gezelschap.
Fout nummer… (hoeveel zijn het er ondertussen?): losjes op strips gebaseerd
Een nieuwe story-arc schijven voor de verfilming dat snap ik. Acht afleveringen vullen vraagt offers. Maar dit? Louise zoekt mama, complotten om de geschiedenis te herschrijven, Billy the Kid als sidekick? Goscinny draait zich om in zijn graf, sneller dan Lucky Luke een sigaret rolt. Ah, nee. Hij rookt niet meer.
Mijn mening?
Toch heb ik die vier uurtjes over acht afleveringen in vier dagen weggebinged. Hoop op beterschap, of gewoon omdat het technisch gezien eigenlijk wel een pareltje is? Chapeau aan de location hunters, camerapioniers en editors. Het Wilde Westen knalt van het scherm, geloofwaardiger dan menig Hollywood verfilming. Het redt de boel nipt, zoals een laatste slok whisky tegen de dorst.
Kijk ik uit naar seizoen twee? Haha, nee, ik wacht liever tot mijn paard een raket bouwt. Aanraden? Alleen als je inspiratieloos bent of Yellowstone-mist. Voor stripfans een cynische les: Amerikaanse comic-helden vertalen succesvol naar het grote en kleine scherm, maar onze Europese striphelden blijken de overgang van papier naar het scherm maar moeilijk te verteren. Tja we kunnen niet allemaal Kuifje of Largo Winch zijn.











